Interpretatie van Amerikaanse fokwaarden

1. Massa aan informatie
Het aantal beschikbare fokwaarden in Amerika is in 25 jaar tijd meer dan verdubbeld en dit zal in de toekomst ongetwijfeld nog toenemen. Door deze veelheid aan informatie wordt het steeds moeilijker om overzicht te behouden en stieren te kiezen. Hoe meer beschikbare fokwaarden er zijn, des te moeilijker het wordt om een complete stier te vinden. Daarom is het belangrijk om in functie van het fokdoel een aantal fokwaarden prioritair te stellen en daarop te selecteren. Om al dan niet een stier uit te sluiten op basis van één of andere index, is het wel belangrijk om die cijfers juist te interpreteren. Dit kan enkel wanneer er voldoende duidelijkheid is over de manier van berekening van de fokwaarde, de weergave (uitdrukking/schaal) en de waarde van het gemiddelde. Daarnaast zijn de herkomst, de informatiebron, de betrouwbaarheid en de wetenschappelijke onderbouw van de cijfers zeer belangrijk. Deze waardevolle informatie leidt ongetwijfeld tot een juistere inzet van de stieren en zorgt voor een grotere genetische vooruitgang.

2. Informatiebron
Zeer belangrijk bij het publiceren van fokwaarden is de bronvermelding. In Amerika worden de fokwaarden berekend door een onafhankelijke instantie, namelijk de CDCB of voluit The Council of Dairy Cattle Breeding. De exterieurinformatie komt tot stand via het stamboek of de Holstein Association en de wellness kenmerken worden aangeleverd en berekend door Zoetis.

3. Informatiebasis
Om fokwaarden te kunnen berekenen is er data nodig. De hoeveelheid data bepaalt de betrouwbaarheid van de indexen. Dit uit zich namelijk in de kracht van het getal. De Amerikaanse melkveepopulatie omvat om en nabij de 9 miljoen koeien. Daarnaast behoren Zuid-Amerika, Canada, Italië en Groot-Brittanië ook tot de alliantie wat betreft de genomic basis. Van bij de start met genomics werden in Amerika de resultaten van vrouwelijke dieren meegenomen in de referentiepopulatie, wat zorgt voor hogere betrouwbaarheden.

De basispopulatie voor productie wordt evenals in Nederland/Vlaanderen gevormd door de koeien geboren in 2015. De productie van deze groep koeien, geprojecteerd naar volwassen leeftijd, bedraagt 12760 kg melk. Deze hoge melkaanleg resulteert in hoge kilogrammen vet en eiwit. Dit is duidelijk zichtbaar in de werkelijke 305-dagen productielijsten van de WWS-stieren die onlangs gepubliceerd werden.

Wat exterieur betreft komen de gemiddelde fenotypische waarnemingen van gepunte vaarzen in Amerika uit op 76 punten. De schaal en de indeling van de punten categorieën ligt anders. Om een punting te vergelijken met de Nederlands/Vlaamse scores moet er bij het algemeen voorkomen in Amerika 4 punten bijgeteld worden, of omgekeerd 4 punten afgetrokken worden van de Nederlandse score.

4. Andere eenheden
In de USA worden de productiecijfers uitgedrukt in ponden(lbs) i.p.v. kilogrammen, waarbij 1000 ponden overeen komt met 454 kilogram. Het % eiwit in werkelijke productielijsten of op de MPR-uitslagen wordt uitgedrukt in ‘true’ (zuiver)eiwit. Het verschil met de uitslagen hier in Nederland/Vlaanderen is 0,20 %. D.w.z. dat 3,20 eiwit in de US gelijk is aan 3,40 hier bij ons. In de indexen is dit gecorrigeerd.

Exterieurindexen worden weergegeven als standaarddeviaties van -3 tot +3 met 0 als gemiddelde. Wanneer 0 overeenstemt met 100, zou normalerwijze +1 gelijk moeten zijn aan 104 in het Nederlands/Vlaamse systeem. In de omrekeningen is dit niet 1 op 1 terug te vinden.

5. Halve fokwaarden
De fokwaarden in de USA worden weergegeven als PTA-waarden, wat staat voor Predicted Transmitting Ability. De PTA-waarde geeft enkel het aandeel dat de stier doorgeeft of in het geval van een vrouwelijk dier, wat haar aandeel is. In alle andere fokkerijlanden worden hele fokwaarden of breeding values gebruikt. Dit is zowel het aandeel van de vader als van de moeder. Om PTA’s te kunnen vergelijken met de rest moeten BV’s gedeeld worden door 2. Voorbeeld: een index van 1000 lbs voor melk = 454 kg melk in de US of 1000 kg melk in Nederland = 500 kg melk effectief. Ook voor gehalten, levensduur, dochtervruchtbaarheid, celgetal, e.a. fokwaarden, geldt deze regel.

6. Originele fokwaarden versus omrekeningen
WWS B-Nl heeft in 2015 gekozen om te werken met originele fokwaarden van het land van herkomst, in dit geval Amerika. Deze cijfers staan beter garant voor de werkelijke genetische waarde van het dier en de werkelijke prestaties op het bedrijf. Wanneer fokwaarden omgerekend worden, verliezen ze gemiddeld 20% betrouwbaarheid! Ook de spreiding in de fokwaarden gaat voor een stuk verloren via de omrekening. Sinds kort krijgen onze jonge genomic stieren geen NVI fokwaarde meer, waardoor de vergelijking dan nog enkel op Amerikaanse basis kan gebeuren.

18/02/21